Het eerste helft kind

Ik zat in het De Mirandabad te genieten van een broodje kaassouflee met mayonaise. Mijn vriendin  had een tosti kaas-tomaat. Ook lekker. We hadden even een pauze genomen van baantjes schoolslag trekken. Waar ik overigens heel slecht in ben. Ik kom gewoon niet vooruit. Links van ons zat een jong gezinnetje. Twee jonge kinderen waarvan een nog in een kinderwagen, een die net kon staan en een wat ouder meisje. Zeg elf jaar oud. Wij gokten dat het een nichtje van de familie was. Alle drie hadden ze een ijsje. De ouders waren ook nog jong. Papa had een studentikoze baard en een hele foute tatoo op zijn borst waarvan na lang kijken nog steeds niet duidelijk werd wat hij voor plakplaatje hij had laten zetten. Hij was ongeveer 35. Mama zag er gewoon goed uit. Al zeg ik het zelf. Mijn vriendin en ik zaten dit gezinnetje te analyseren totdat ze zelf plots zei: ‘Hoeveel vrienden van jou willen er eigenlijk trouwen?’ Ik antwoordde dat ik verwachtte dat bijna iedereen van mijn vrienden dat wel willen. ‘Ook ik lieverd’. Zij glimlachte tevreden. ‘En ook kinderen toch?’ ‘Twee max drie’ zei ik snel want ik had hier al eerder over na gedacht. ‘Is lekker gemakkelijk met een auto’. ‘Jij wordt vast zo’n papa waar alles van mag en mochten wij samen kinderen krijgen ben ik vast de strenge moeder’. Ik moest lachen en zei dat mocht ik zoon krijgen hij sowieso geen eerste helft kind zou worden. ‘Wat bedoel je?’ ‘Nou. Ik mocht vroeger nooit de tweede helft kijken van het Nederlands elftal omdat het te laat werd. De volgende dag op school (basisschool) was er dan altijd wel een vriendje die wel de tweede helft had mogen kijken. Ik was dan erg jaloers en hij was de stoere bink’. Mijn vriendin wist niet zo goed hier op te reageren. Ze snapte het niet. Ik ging nog even door. Als je een eerste helft kind bent zie je nooit de bloed, zweet en tranen die aan het einde van wedstrijd worden geleverd. Nooit zie je die winnende goal. Nooit zie je sporters tot het gaatje gaan. Dit moet toch je eigen karakter negatief beïnvloeden. Als er een causaal verband is tussen ‘het eerste helft kind’  en ‘het zesje cultuur kind’  ben ik daarvan het levende voorbeeld. Nooit zie je als kind een sporter een ‘bewussie overtreding’  maken die een kaart oplevert. Eentje voor het team pakken. Het enige wat je als kind leert van na het eerste fluitsignaal naar bed gaan is zo stil als mogelijk bovenaan de trap zitten. Zo min mogelijk geluid maken zodHet eeste helft kindat je misschien de commentator kan horen en je ouders je niet betrappen en je opnieuw in bed leggen zonder verhaaltje. Zonder verhaaltje? Ja zonder verhaaltje want daar hebben ze geen tijd voor want de tweede helft begint.   Nee dit wens ik niet voor mijn zoon. Hij mag de hele wedstrijd zien. Goed voor zijn ontwikkeling. Dochter kan ook mocht ze een voetballiefhebber worden. Maar dat betwijfel ik en dat heb ik eigenlijk ook liever niet. Wil ze zeker ook op vrouwenvoetbal… Zucht. Mijn vriendin had nog een toevoeging: ‘En als die ’s ochtends niet uit zijn bed kan komen. Zorg jij dan dat hij vrolijk naar school gaat en op let in de klas?’ Ja daar had ik natuurlijk niet over na gedacht. Zoals ik vaker de consequenties pas later tegen kom. Gelukkig krijgt mijn zus als eerste een kind. Kan ik een beetje oefenen. Haar zoon mag de hele wedstrijd zien. En daarna nog een verhaaltje.

You may also like...

1 reactie

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: