Het hardlopen neemt een serieuze vlucht

Laatst heb ik een artikel geschreven over mijn beginnende carrière in het hardlopen dat hier te lezen is. Deze hobby begint inmiddels grotere vormen aan te nemen. Ik heb twee runbuddies waarmee ik nu door het Vondelpark banjer. Er is inmiddels ook een vast stramien.

Als ik weet dat ik op een doordeweekse avond ga lopen probeer ik altijd om 18.00 uur thuis te zijn. We lopen meestal om 18.30 Snel mijn gesponsorde hockey adidas trainingsoutfit aan. Reservesleutels pakken, want daar zitten minder sleutels aan, telefoon nog even snel aan de oplader zodat de runkeeper app tijdens het hardlopen niet uitgaat. De tijd die ik mijn telefoon gun voor wat extra energie besteed ik aan mijn haar. Als je haar moet goed zit is een beetje mijn motto. Ik luister nog snel een oppeppend liedje op mijn laptop die ik heb aangesloten aan mijn 5.1 stereo set en kijk in de koelkast wat ik na het hardlopen nodig heb van de supermarkt om daarna wat lekkers te kunnen eten.

Drie trappen af naar beneden om bij de voordeur te komen en ik begin aan het driehonderd meter die mijn huis van het park is verwijdert. Ik schud mijn benen was los, check mijn ademhaling. Rekken en strekken doe ik in het park. Met mijn vrouwelijke renpartner, die ik heb ontmoet jl. oud&nieuw, moet ik voor mij precies aan de andere kant van het park beginnen. Aan de Leidseplein kant. Dat is voor mij twee kilometer inlopen. Geen probleem, ik loop graag een stukje om voor haar. We begroeten elkaar, zij is meestal haar krullende haar nog in een elastiekje aan het doen. Ik rek en strek wat, complimenteer haar over de vorige enorme afstand die ze had gelopen en mij had door gewhatsapped.

Vorige week maandag was zo’n avond. Na de gebruikelijke rituelen begonnen we met lopen. Ik had al twee kilometer ingelopen maar we hadden afgesproken onafgebroken, in een vast tempo van zes minuten per kilometer, zevenenhalf kilometer te lopen. Ik zag hier de hele dag al tegenop. Ik vertelde aan mijn collega wat ik na het werk van plan was en zij wenste mij succes. Succes met een cynische ondertoon want zevenenhalf kilometer leek haar ook wat veel. Ze kent mij blijkbaar goed. Roken, drinken en van beide veel. Ik probeer overigens nog steeds te stoppen met roken maar vooralsnog niet echt een goede basis om een dusdanige afstand af te gaan leggen.

vondelpark-cover

Het was die maandagavond heerlijk weer. Een graad of zestien, de zon was al grotendeels vertrokken en het park deelden we met nog meer sportieve mensen. Na een kilometer of twee keek ik naar ons huidige tempo. 5.59 per kilometer. We liep op schema. Tijdens die eerste twee kilometer vertellen we altijd aan elkaar wat we hebben allemaal hebben gedaan. Er wordt ook meestal wel wat afgelachen dan. Zij liep tot dan toe met een gemak waar ik jaloers op was. Ik probeerde met ingehouden ademhalen te verbergen dat ik al in het rood liep. Kilometer drie passeerde. Bijna één rondje Vondelpark gelopen. Mijn kuiten begonnen te piepen en te kraken. We liepen nog steeds op hetzelfde tempo. Na de vierde kilometer vroeg ik haar of we iets konden versnellen. ‘Ja is goed, maar waarom? Gaat het zo goed dan?’ Ik legde haar uit dat ik toen ik de week daarvoor vijf kilometer had gelopen ik bij een hoger tempo geen last van mijn kuiten had.

We gingen naar 5.45 per kilometer. De vijf en zes kilometer liepen we zo voorbij. Nog anderhalf te gaan. Ik kreeg er ineens zin in. Ik vloog bijna, kon ook ineens harder lopen. Ik moest tegen mijzelf zeggen op het huidige tempo te blijven. Zeven kilometer. Nog vijfhonderd meter. Stap, stap, stap. Ik had zelfs een glimlach op mijn gezicht. De fysieke prestatie is één maar het publiek wil ook wat. ‘Huug, we zijn er!’ Ik gooide mijn handen omhoog als Rocky bovenaan die hoge trap in Philadelphia die hij had beklommen en voor hem het teken was dat hij klaar voor zijn grote bokspartij was.

Waar Rocky stopte rende wij door. ‘Zullen we doorgaan’ vroeg ze terwijl we eigenlijk al zonder te communiceren hadden besloten door te lopen. ‘Ja natuurlijk! We rennen gewoon terug naar waar we begonnen’. Da was nog een dikke kilometer. We versnelde weer. De laatste kilometer, richting ons beginpunt liepen we 5.30 per kilometer. Een geweldige prestatie. Aan het einde high fivede we. zitten en uithijgen. We hadden vijftig minuten gedaan over 8.68 kilometer. Op weg naar huis met de tram whatsappte ik de printscreen van mijn hardlopen door na iedereen die verwonderd zou reageren. Zelfs nog even met mijn moeder gebeld die van stomheid geslagen was.

Thuis heb ik voor mijzelf een koude couscous salade in elkaar geflanst met een eigen sausje op basis van Griekse yoghurt. Voetbal International aan, het was per slot van rekening maandagavond en genieten maar. De volgende dag een klein beetje spierpijn maar dat hoort erbij.

Vandaag, 25 april, zou ik met mijn runbuddy deelnemen aan de pré rock & run. Met honderd deelnemers zes kilometers rennen door Amsterdam met als toetje bier drinken. Had er erg veel zin in zij het niet dat ik momenteel uitgeschakeld ben. Iets met mijn buik. Van de huisarts heb ik maagontsteking remmers gekregen. Genieten! Geen koolzuur, alcohol en scherpe specerijen. Misschien is het mijn lichaam die het wel weer welletjes vind. Ik denk zelf dat dit een kleine hobbel op de weg naar mijn eerste tien kilometer hardlopen is.
De echte Rock&Run loop in Amsterdam ergens in juni is twaalf kilometer. Ik ben ingeschreven. Mijn eerste echte hardloop wedstrijd. Een wedstrijd met en tegen jezelf. Nog nooit gedaan. Vlammen!

You may also like...

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: