De reden van de hockeyverslagen

De Heren II bestaat dit seizoen vijf jaar. Genoeg reden voor een aparte vermelding om mijn blog. Een digitaal archief voor mijn hockeyteam. Vanaf seizoen vier kon de Baarnsche gemeenschap namelijk lezen hoe wij het in de weekenden er vanaf brachten. Voornamelijk het aanzien van ons team vergroten was de grote intrinsieke motivator om schromelijk-overdreven-ver-van-de-waarheid-liggende wedstrijdverslagen te schrijven. Met als terugkerende thema’s de niet bestaande lekkere rijmoeders, het borrelgedrag van de nacht ervoor en de vicevoorzitter. Tegelijk ben ik een facebookpagina gestart om de nieuwe fans, die ongetwijfeld zouden gaan komen, iets ‘De Heren 2 tastbaars’ aan te bieden. Fans binden is één, fans houden is dat fijne vers twee.  

In 2008 ben ik met een vriend op het verzoek van de club ingegaan om de Heren 2 te voorzien van een doorstart op de Baarsnche hockeyclub. Het toentertijd huidige Heren 2 verkaste naar de veteranen en Baarn dreigde over te blijven met één Heren team. Voor een hockeyclub uit een van origine kakdorp als Baarn is dat nogal een onwenselijke situatie. Veel zin had ik er niet in toen ze het vroegen. Ik ging als ventje van 18 net in Utrecht wonen en studeren en ik zat met mijn hoofd voornamelijk bij de randzaken die het studeren met zich mee brengt. Sporten was daar geen onderdeel van. Toch, na een kleine inventarisatie bij vrienden die ook net gingen studeren was er toch een behoorlijke groep dat het wel zag zitten om op zondag een balletje te slaan. Nadat we vijftien namen op een lijstje hadden weten te plaatsen bleek dat we nog een behoorlijk goed team hadden ook.

We begonnen in het eerste seizoen in de reserve derde klasse en we waren veruit het jongste team dat meedeed. We wonnen welgeteld één wedstrijd. Tegen negen man. De trainingsopkomst hield ook al gauw te wensen maar de zondagen waren toch ongeëvenaard leuk. Technisch deden we ook niet onder voor onze tegenstanders maar door het gebrek aan wekelijkse training eindigde we een na laatste. Omdat Heren 1 ook niet behoorlijk presteerde in de vierde klasse behielden we ons ‘aanzien’ op de club.

Het tweede seizoen startte met een grote verassing. Een regelmatige invaller in seizoen één had gevraagd aan de clubleiding of we een klasse of twee lager ingedeeld konden worden. Zonder overleg met de aanvoerder, welke ik was. Ik had uiteraard ingestemd met zijn verzoek want ook ik wilde wel eens wat wedstrijden gaan winnen, Echter, vlak voor het fluitsignaal van de eerste wedstrijd vroeg ik aan de scheidsrechter hoe de vijfde klasse qua niveau was. ‘De vijfde klasse?’ antwoordde hij verbaasd. ‘Dit is de zesde klasse’. Ik droop af naar mijn team dat zich had verzameld op de rand van de cirkel en vertelde hen het nieuws. We eindigde seizoen twee ergens in de bovenste regionen met minimale inzet en promoveerde.

Seizoen drie was er één om gauw te vergeten. Ik had mijn aanvoerdersband ingeleverd bij onze sociaal geweldige keeper omdat mijn motivatie ver te zoeken was. We werden ook kansloos laatste omdat we welgeteld vijf spelers aan ons team hebben moeten toevoegen die nog nooit gehockeyd hadden. De reden was:  Spelers van ons team verkaste naar Amsterdam, Rotterdam en Utrecht. Om studietechnische redenen leek het hen verstandiger dicht bij (studenten)huis op een laag niveau te gaan spelen. Borreltechnisch overigens het beste jaar van de vijf. De Heren II telde een paar jongens met een volle portemonnee en jongens die continu leden aan dorst.

Omdat het derde seizoen zo’n sportief drama was en wij terug gedegradeerd waren naar de zesde klasse moest er wat gebeuren. Heren 1 was inmiddels zonder wedstrijdverlies gepromoveerd naar de derde klasse en kreeg daarom alle aandacht.  We wonnen weliswaar de eerste wedstrijd van het seizoen maar het spel was niet om aan te zien. Er stond ook wat publiek langs de zijlijn en zij bevestigde ons dat we aan postbode- en hout-touwtje-hockey deden. Als De Heren II een wedstrijd wint zit het binnen vijf minuten aan het bier en gaat het over voetbal maar toen ik thuis kwam voelde ik een geintje opborrelen. Ik startte een facebookpagina op en liet in de Baarnsche Courant plaatsen dat De Heren II te vinden is op facebook. Ben vervolgens aan de slag gegaan om content te plaatsen en al gauw zaten we op de 100(!) likes. Het hele team werd enthousiast door de weg die we ingeslagen waren.

Omdat er iedere dag likers bij kwamen belde een speler van Heren 1 ons op. Hij is eigenaar van een Sport2000 winkel en vroeg of wij geïnteresseerd waren in sponsorpakken. Natuurlijk waren we dat! Zijn voordeel? Een vermelding in de krant en op facebook. Voor we het wisten liep we rond in het mooiste trainingspak van de club. We wonnen ook de tweede wedstrijd en dit moest natuurlijk in de krant. Omdat ook wedstrijd twee niet om aan te zien was moest er enigszins overdreven worden om een lezer te kunnen boeien. Wat ik niet wist dat de krant van Baarn ontzettend goed gelezen wordt. De volgende zondag kwam ik op de club en mensen spraken mij aan over de toon van het artikel. Ze waren erg geamuseerd en of ik hier een vaste rubriek van zou gaan maken. Natuurlijk!

We zijn nu ruim een jaar verder en bijna elke week wordt er nog een artikel ingestuurd. Maar het gaat allang niet meer alleen over hockey. Baarn heeft al kunnen lezen dat een speler van ons mee zou doen aan de Mars missie van 2020 en hoe onze vicevoorzitter zondag wakker wordt naast zijn vrouw. Dit laatste vond de vicevoorzitter in kwestie erg leuk maar ik heb ook twintig minuten aan de lijn gehangen met een woedende, wat ik zeg, razend woedende Baarnsche inwoner die er niet de lol van in zag. Hij dreigde zelfs met bij de gemeenteraad van Baarn vragen of zij met onmiddellijke ingang de subsidie aan de BMHV wilde stopzetten. Beetje overdreven meneer de Vries uit Baarn…

Door onder andere deze inzet zit de facebookpagina inmiddels op 450 likes en hebben we nu ook een truien sponsor. Wat nog niet is gelukt is een artikel in het hockeyblad Hockey.nl geplaatst krijgen. Maar ik blijf ze lastig vallen totdat ze overstag gaan. En misschien in de toekomst wat meer ruimte in de krant. Met 500 woorden per artikel blijft er nog zoveel te vertellen over dat het einde vaak niet de kracht heeft dat het zo verdiend.